Souvenirs à “la mission”à
Tunésie à chérir
ALMELO – Le garçon très autistique,
qui parlait néanmoins quelques mots , et la fille spastique, chantant
une berceuse pour elle. Voilà les souvenirs à ces petites
événements chaleurants qui sont chéris par Miriam
de Graaff et Hugo Venhorst.
De
gauche à droit, (vanaf links) Hugo Venhorst, Miriam de Graaff en
Mieke Koster.
De
gauche à droit, (vanaf links) Hugo Venhorst, Miriam de Graaff en
Mieke Koster.Des souvenirs que tous les deux ont apporté de leur
“mission” en Tunésie. Pendant 2 semaines Huge Venhorst
(25) et Miriam de Graaf de Hengelo, ainsi que Mieke Koster (18) d’Almelo
et Jorien Sissing (18) de Hengelo, tous membres de “Het Apostolisch
Genootschap”, s’occupaient de 56 enfants handicapés multiple
de Tunésie. Ils fonctionnent comme accompagnateurs d’un camp
de vacances pour ces enfants sur la côte de ce pays nord-africain.
À peine retourné aux Pays Bas Huge Venhorst
répond à la question comment il a éprouvé les
semaines passées en Tunésie, avec un seul mot: “Fantastique!”
Sous la garde des Oiseaux Bleus les jeunes apostoliques – avant de partir pour la Tunésie – disaient de vouloir être important pour l’autre. Ils pensent d’être réussi. Hugo et Miriam, regardant en arrière au nom des quatre, concluent ça entre autre des réactions quíls ont reçu des enfants gravement handicapés, et souvent coulant une vie très pauvre.
Hugo allègue l’exemple d’un garçon de 20 ans, très autistique. “Il entrait un pauvre malheureux. Selon notre information il ne pouvait pas parler et il était nécessaire de lui aider en mangeant. À la fin des semaines de camp il commençait à parler des petits mots à moi et il semblait qu’il pouvait manger lui-même. Il est beau que le travail qu’on fait a un tel effet.”
Sous la garde des Oiseaux Bleus les jeunes apostoliques – avant de partir pour la Tunésie – disaient de vouloir être important pour l’autre. Ils pensent d’être réussi. Hugo et Miriam, regardant en arrière au nom des quatre, concluent ça entre autre des réactions quíls ont reçu des enfants gravement handicapés, et souvent coulant une vie très pauvre.
Hugo allègue l’exemple d’un garçon de 20 ans, très autistique. “Il entrait un pauvre malheureux. Selon notre information il ne pouvait pas parler et il était nécessaire de lui aider en mangeant. À la fin des semaines de camp il commençait à parler des petits mots à moi et il semblait qu’il pouvait manger lui-même. Il est beau que le travail qu’on fait a un tel effet.”
BERCEUSE
Miriam allègue l’exemple d’une jeune
fille spastique, pour qui elle chantait chaque soir une berceuse arabique.
À la fin des semaines de camp je souffrait d’un dos douloureux.
Et la jeune fille la remarquait. À un certain moment elle commençait
à chanter la berceuse pour moi, en caressant mon dos avec son bras
spastique. Oui, en ce moment j’étais gagné par l’émotion
Voilà les souvenirs d’être chéries
. Des événements, significants pour eux-mêmes, Hugo
et Miriam indiquent. “Nous avons donnés bien de choses à
ces enfants, mais ils nous donnaient bien à leur tour, Hugo dit.
“Je considère tout comme un enrichissement pour moi-même.
Il est bon qu’on voit de vue de la situation néerlandaise,
avec toute sa richesse et les possibilités, qu’il y a des
gens, qui ne possèdent rien et malgré tout leurs handicaps
donnent le meilleur de soi-même.”
La coöpération et le rapport agréable
avec les Tunésiens islamiques, ainsi que les accompagnateurs comme
l’homme et la femme dans la rue, durera dans notre mémoire.
“N’oubliez pas que la guerre entre Israel en le Hezbollah
en Liban venait d’être en train. En Tunésie c’était
le motif pour un deuil national de trois jours. Bienque nous sentions
au commencement quelque chose d’une barrière, nous avons
pu collaborer – ils musulman et nous chrétiens – d’une
manière toute normale. Nous sommes appréciés de ce
que nous avons fait et c’est pourquoi ils nous estiment”.
Herinneringen 'missie' in Tunesië om te koesteren
ALMELO - De zwaar autistische jongen, die plotseling toch woorden tegen hem sprak, het spastische meisje dat een wiegeliedje voor haar zong. Het zijn de herinneringen aan die kleine, 'warme' gebeurtenissen die Miriam de Graaff en Hugo Venhorst koesteren.
Vanaf
links) Hugo Venhorst, Miriam de Graaff en Mieke Koster.
Vanaf
links) Hugo Venhorst, Miriam de Graaff en Mieke Koster.Herinneringen
die beiden hebben meegebracht van hun ‘missie’ in Tunesië.
Twee weken lang trokken Hugo Venhorst (25) uit Almelo en Miriam de Graaff
uit Hengelo, alsmede Mieke Koster (18) uit Almelo en Jorien Sissing (18)
uit Hengelo, allen lid van Het Apostolisch Genootschap, op met 56 meervoudig
gehandicapte kinderen uit Tunesië. Ze traden namens de stichting Les
Oiseaux Bleus op als begeleiders van een vakantiekamp voor deze kinderen
aan de kust van het Noord-Afrikaanse land.
Koud terug in Nederland beantwoordt Hugo Venhorst de
vraag hoe hij de afgelopen weken in Tunesië heeft ervaren, met slechts
een woord: ‘Fantastisch!’ Onder de hoede van Les Oiseaux Bleus
wilden de Apostolische jongeren in Tunesië iets betekenen voor een
ander, zo gaven ze voor hun vertrek te kennen. Ze denken dat het zeker is
gelukt. Hugo en Miriam, die namens alle vier terugblikken, leiden het onder
andere af uit de reacties die ze van de vaak zwaar gehandicapte kinderen,
die niet zelden ook nog eens een armoedig bestaan leiden, hebben gehad.
Hugo haalt het voorbeeld aan van een twintigjarige, zwaar autistische jongen.
‘Hij kwam als een zielig hoopje mens binnen. Kon volgens de informatie
die we kregen niet praten en moest geholpen worden bij het eten. Aan het
eind van de kampweken begon hij plotseling toch woordjes tegen mij te zeggen
en ook eten bleek hij zelf te kunnen. Het is heel mooi dat je werk die uitwerking
heeft.’
Slaapliedje
Miriam haalt het voorbeeld aan van een spastisch meisje voor wie ze elke
avond een Arabisch slaapliedje zong. ‘Aan het eind van de kampweken
zat ik erdoor, had een zere rug. Het meisje kreeg dat in de gaten. Op een
gegeven moment begon zij het wiegeliedje voor mij te zingen, terwijl ze
met haar spastische arm me op mijn rug streelde. Ja, toen werd het me wel
even te kwaad.’
Het zijn herinneringen om te koesteren. Van gebeurtenissen, waaraan ze zelf
ook veel hebben gehad, zo geven Hugo en Miriam aan. ‘We hebben die
kinderen wat gegeven, maar zij gaven ons ook veel’, zegt Hugo. ‘Ik
beschouw het als een enorme verrijking voor mezelf. Het is goed dat je vanuit
de Nederlandse situatie, met alle rijkdom en mogelijkheden, ook zelf eens
ziet dat er ook mensen zijn die eigenlijk niets hebben en ondanks hun handicaps
toch het beste van zichzelf geven.’
De prettige samenwerking en omgang met de islamitische Tunesiërs, alsook
de medebegeleiders als de man en vrouw in de straat, zullen ons bij blijven.
‘Vergeet niet dat de oorlog tussen Israël en Hezbollah in Libanon
zich juist afspeelde. Dat was in Tunesië aanleiding voor drie dagen
van nationale rouw. Hoewel we aanvankelijk wel iets van een barrière
voelden, hebben zij als moslims en wij als christenen op een volkomen normale
manier met elkaar kunnen samenwerken. We zijn beoordeeld op wat we deden
en daar was veel waardering voor.’