Al vier jaar actief

Waarom heb je voor dit project gekozen?
‘Ik wil graag iets voor anderen betekenen en dit project
biedt een uitgelezen kans. Zelf heb ik een gehandicapt broertje en weet wat
voor zorg dat meebrengt. In Tunesië is voor gehandicapte kinderen geen
plaats in de maatschappij. Ik kijk graag naar mogelijkheden in plaats van
naar beperkingen. Het geeft me voldoening om de kinderen daar een paar weken
alle liefde en aandacht te geven.’
Wat doet het met je gevoel?
‘Aan het begin van een kinderkamp zijn de kinderen
vaak nog erg in zichzelf gekeerd. Het is mooi om te zien dat ze na een week
helemaal vrij zijn en zichzelf kunnen zijn. Je gaat in die periode echt van
de kinderen houden. Je staat er soms verbaasd van hoe zijzelf met situaties
omgaan.’
Verandert het je kijk op de wereld?
‘Als ik terugkom, kan ik me altijd erg storen aan
al dat gezeur om me heen. We beseffen soms niet hoe goed we het hier hebben.
Wat dat betreft, heb ik niet alleen invloed op de kinderen, ze hebben ook
invloed op mij.’
Je doet al vier jaar mee, wat blijft je het meeste bij?
‘Elk jaar neem je afscheid van de kinderen en je
weet niet, of je ze daarna nog ziet. Je weet dat ze teruggaan naar een uitzichtloze
situatie en dat maakt het moeilijk. De kinderen hebben het daarmee ook moeilijk.
Onze komst betekent wel degelijk iets voor ze. En daar doe ik het voor.’
Zijn er nog bijzondere voorvallen?
‘Er is elk jaar een autistische jongen die geen
oogcontact maakt. De eerste keer dat ik meeging, gaf ik hem niet veel aandacht,
want ik wist niet hoe ik hem kon bereiken. In mijn laatste jaar heb ik massageolie
meegenomen en ben ik zijn handen gaan masseren. Na een paar seconden trok
hij zijn handen weer terug, dus ik dacht dat hij het niet fijn vond. Maar
uiteindelijk gaf hij zijn handen zelf weer terug aan mij. Hij keek me daarbij
even heel vluchtig aan. Na afloop van de massage vroeg ik in mijn beste
Nederlands/ Arabisch/Frans of hij het lekker vond en hij zei: “Oui!”
Dat was de eerste keer dat ik echt contact met hem heb gemaakt. Fantastisch!’
Tekst Ed de Jong | fotografie Steven Geldof