Verslag uit Tunesië
Tunesiëproject 2003 tekst Hetty Blaauw (namens de
Tunesiëgroep 2003)
Na een periode van maandenlange voorbereiding vertrok 1
juli 2003 een nieuwe groep jongeren voor drie weken naar Tunesië. Na
twee en een half uur vliegen kregen ze een warm onthaal, het was namelijk
minstens 45C. Eerst maar even een dagje acclimatiseren dus.
Daarna werd het tijd om ons echt nuttig te gaan maken. In een bus vertrokken wij richting El
Kef. In de week die daarop volgde, hebben we de inventaris van de school (voor meervoudig
gehandicapte kinderen) gerepareerd, zoals de rolstoelen en een snoezelbak. We hebben alles
schoongemaakt en ook aantal meubelstukken vervaardigd, alles in samenwerking met de Tunesische
betrokkenen. Regelmatig werd het werken ons daar lastig gemaakt, doordat de watertoevoer was
afgesloten.
Het schooltje was verleden jaar in gebruik genomen, en in het tweede gedeelte van 2003 werd
begonnen met de bouw van het tweede gedeelte dat een revalidatiecentrum moet worden. Voor de
continuïteit van het project is het van belang dat er ieder jaar weer een groep jongeren
naartoe gaat, zeker om de contacten tussen Nederland en Tunesië te bevorderen wat weer ten
goede komt aan het project.
Na een week gewerkt te hebben in El kef was het tijd om
onze missie voort te zetten in Bizerte, waar we voor tien dagen een kamp voor
de meervoudig gehandicapte kinderen uit El kef hadden georganiseerd. Op woensdag
15 juli was het zover: twee bussen met Tunesische kinderen kwamen aan bij
de jeugdherberg. We waren praktisch direct verknocht aan deze schattige kinderen.
Voor sommige van ons, zeker degene die nog nooit met gehandicapte kinderen
hadden gewerkt, was het wel even een schok. In Nederland hebben gehandicapte
kinderen veel hulpmiddelen. Deze kinderen hadden dat zeker niet. De meeste
hadden maar één paar kleren mee voor het hele kamp. Kinderen
die eigenlijk een rolstoel nodig hadden moesten overal naar toe gedragen worden.
Voor de kinderen, en voor ons ook, ging een wereld van nieuwe ervaringen open.
Sommige kinderen die hoog in de bergen wonen waar geen waterleiding is, gingen
voor het eerst van hun leven onder de douche. Andere kinderen wilden het liefst
de hele dag hun tanden poetsen, of dachten dat ze met een tandenborstel hun
haar konden kammen. 's Morgens gingen we vaak naar het strand. De kinderen
die eigenlijk in een rolstoel zouden moeten zitten, hadden in het water wat
meer mogelijkheid om zich te bewegen. In het begin was het heel eng voor hen
om het water en ons te vertrouwen, maar met behulp van de Tunesiërs die onze
geruststellende woorden konden vertalen werd het één groot waterfestijn.
Als wij er maar voor zorgden dat hun hoofd boven water bleef, konden zij de
rest van hun lichaam eindelijk eens vrij bewegen.
Lek in de stuwdam
Een paar dagen verliepen praktisch probleemloos, tot het moment dat er een stuwdam in de
buurt van Bizerte lek ging. Hierdoor kwam Bizerte zonder water te zitten. We vervielen dus
weer in oude gewoonten met ongewassen kinderen en wc's die niet doorgetrokken konden worden.
Het einde naderde alweer snel. Een aantal kinderen hebben we in die tien dagen echt zien
groeien. Er was een jongen die in het begin niets zei, maar doordat Stefan dierengeluiden
maakte, ging hij zelf ook aan een stuk door miauwen. Ook onderling kregen de kinderen steeds
beter contact en soms leek het echt een beetje op een schoolkamp. Het afscheid was emotioneel.
Het liefst hadden we alle kinderen mee willen nemen naar Nederland.
Ik denk dat ik voor de hele groep spreek, als ik zeg dat we hier iets van onze idealen hebben
kunnen waarmaken. Het resultaat van ons voornemen om een stukje geluk te brengen, was goed te
zien op momenten dat je een meisje blij zag worden van haar nieuwe tandenborstel, of een kind
dat je voor het eerst van zijn leven zag zwemmen, of dat je een -op het oog passief- jongetje
ineens als een wilde hond over het gras zag kruipen. Het is heel gaaf om deze kinderen blij
te maken met dingen die voor ons heel normaal zijn, daardoor kunnen we zelf ook weer blijer
worden van normale dingen. We hadden vaak niet eens zoveel materiaal nodig om de kinderen te
vermaken. Ze vonden het dikwijls het leukst om ons liedjes of woordjes te leren en om samen
met ons te zwemmen. Al met al zijn deze drie weken onvergetelijke geweest waarbij zowel de
Nederlandse jongeren als de Tunesische kinderen weer een ervaring rijker zijn geworden.
Overgenomen uit De Stroom januari 2004 © Het Apostolisch Genootschap